Bonte vliegenvanger, tuin met licht in de rug, 28-5-2026
Bonte vliegenvanger, tuin, gefotografeerd net tegenlicht, 27-5-2026
orpheusspotvogel, Assen, 27-5-2026
In de Onnerpolder broeden dit jaar veel steltkluten waarbij er 1 dichtbij het wandel/fietspad aan het broeden is op 8 eieren.
Tureluur bij avondlicht, Onnerpolder 25-5-2026
Donderdag 16 april trokken Mark en ik vol verwachting naar een fotohut op de Lemelerberg. Stipt om 09.00 uur zaten we klaar, camera’s in de aanslag, zonder enig idee wat de dag ons zou brengen. Die spanning maakte het alleen maar mooier.
Al snel dienden de eerste soorten zich aan en in korte tijd tikten we een verrassend lijstje bij elkaar. Toch bleef het qua aantallen opvallend rustig. Het logboek in de hut bevestigde ons gevoel: in de middag kon het hier akelig stil worden. Maar één opmerking sprong eruit, twee dagen eerder was er een ringslang gezien. Vanaf dat moment waren we scherp; elke beweging kon dé kans zijn.
De ringslang liet zich helaas niet zien, maar we kregen er iets bijzonders voor terug. Plots verschenen er meerdere zandhagedissen in beeld. Prachtige dieren, en zeker niet iets wat je elke dag tegenkomt. Alleen daarvoor was de dag al geslaagd.
Na hun bezoek viel de boel weer stil tot het moment dat alles veranderde. Uit het niets dook een sperwer op bij de vijver. Voor onze ogen nam hij uitgebreid de tijd voor een bad, een indrukwekkend en zeldzaam tafereel dat we ademloos volgden.
Alsof dat nog niet genoeg was, hoorden we in de verte het diepe roepen van raven. Ze bleven onzichtbaar zolang wij in de hut zaten te schuw om zich prijs te geven. Pas toen we terugliepen naar de auto, lieten ze zich kort zien. Een passend slotakkoord.
Met 21 soorten op de teller en een hoofd vol mooie momenten reden we voldaan terug naar Groningen. Een dag die begon met onzekerheid, maar eindigde met pure natuurbeleving.
Maandag 13 april trokken Alina en ik naar een boshut op de Sallandse Heuvelrug, vol verwachting en met één duidelijke wenssoort in gedachten: de rode wouw. De dag ervoor was hij nog gespot, dus wie weet.
De werkelijkheid begon wat minder spectaculair: een hardnekkig wolkendek hield het licht tegen en maakte actiefoto’s lastig. Maar al snel bleek dat de natuur zich daar weinig van aantrok. Rond de vijver was het een komen en gaan van vogels, en nog voordat we het goed en wel doorhadden, werden we urenlang vermaakt door een brutale, nieuwsgierige eekhoorn die zich niets aantrok van onze aanwezigheid.
De rode wouw liet zich helaas niet zien, maar wat we ervoor terugkregen maakte veel goed. Hoogtepunt was zonder twijfel de zeldzame middelste bonte specht, een soort die je niet elke dag voor de lens krijgt. Ondertussen liet het voorjaar zich duidelijk gelden: de bonte vliegenvanger was teruggekeerd uit het zuiden en zorgde voor levendigheid rondom de hut. En zoals altijd zorgden de appelvinken voor wat onderlinge strijd, korte, felle confrontaties die nooit vervelen.
Het absolute spektakelstuk kwam onverwacht dichtbij. Op nog geen drie meter afstand verscheen een winterkoninkje voor Alina’s lens. Wat volgde was pure chaos: haar camera ratelde onafgebroken, tot de geheugenkaart het begaf. Gelukkig had ik een reserve bij me, en kon ze snel weer verder.
Ondanks het gebrek aan zonlicht kijken we terug op een dag vol verrassingen, mooie soorten en onverwachte momenten. Soms zit de magie niet in perfect weer, maar in wat er tóch gebeurt.
Op vrijdag 9 april trokken Armand, Enno en ik vol goede moed naar de Breebaartpolder, met één helder doel: steltlopers op ooghoogte vastleggen vanuit HBN10. De verwachtingen waren hoog, maar bij aankomst werden we begroet door een verrassend stille plas, bijna leeg, op een paar elegante steltkluten na die het decor toch nog iets levendigs gaven.
De ochtend kabbelde rustig voort, en tegen de middag besloten we het geluk even elders te zoeken. In Termunten streken we neer bij een lokaal vispaleis, waar we ons tegoed deden aan een uitgebreide en welverdiende lunch, een moment van opladen voordat we het veld weer in zouden trekken.
En dat bleek geen verkeerde zet. In de middag kwam er toch weer leven in de brouwerij: een paartje slobeenden poseerde gewillig voor de lens en alsof dat nog niet genoeg was, werden we ook nog getrakteerd op een bijzonder tafereel van parende steltkluten, altijd een mooi moment om vast te leggen.
Hoewel het aantal soorten wat achterbleef bij onze hoop, maakten de brandganzen dat ruimschoots goed. In golven kwamen ze aanvliegen, en op een gegeven moment landde er een indrukwekkende groep van ruim honderd vogels vlak achter de plas, op korte afstand van onze positie. Een spektakel dat niet snel verveelt en menig sluiter deed ratelen.
Even na half vier keerden we, moe maar voldaan, huiswaarts met ruim 2000 foto’s op de teller, waarvan een groot deel gevuld met de imposante brandganzen. Geen recorddag qua soorten, maar absoluut eentje met karakter en mooie momenten.